Wild konijn. Brutale bink. Vlaanderen heeft genoeg aan die twee trefwoorden om bij Otto-Jan Ham uit te komen. De presentator van De Ideale Wereld en het liefde-op-leeftijdprogramma Hotel Römantiek maalt niet om imago’s maar hij heeft er een, en misschien cultiveert hij het wel. Maar kruip samen op de sofa en je wilt hem vooral een warm dekentje geven. ‘Niet meer meetellen, dat is het grote doembeeld.’

Tekst Valérie Du Pré – Foto Johan Jacobs

Otto-Jan Ham verschijnt met kleine oogjes op het appel. Hij heeft gisteren lang gewerkt en is vanmorgen veel te vroeg uit zijn remslaap ge­­jengeld door een dochter die haar konijntjeswekker gesaboteerd had. Maar de sofa is zacht, de koffie sterk en de man met het eeuwige ruitjeshemd – dat hij speciaal voor de foto’s inruilt voor een kostuum, ‘ik moet dat meer doen’ – laat zich gewillig op sleeptouw nemen. Als ik je in drie trefwoorden moet vatten, zou ik zeggen: muziek, humor en sp…
Otto-Jan Ham: ‘Sport! Absoluut! Mijn imago spreekt dat geweldig tegen maar eigenlijk ben ik sportief. Van fietsen kom ik het meest tot rust, dat geeft mij een vreemd gevoel van vrijheid. Een paar jaar geleden waren we op vakantie in Spanje. Onze oudste dochter was toen twee (Otto-Jan heeft twee dochters: Dolores (3,5) en Filippa (1), nvdr) en daar viel geen land mee te bezeilen. Ze wou zich alleen maar vanaf een bepaalde hoogte naar beneden storten, dus we liepen daar de hele tijd achter. Toen we terugkwamen was ik geradbraakt. Ik ben toen even gaan fietsen en op die twee uur heb ik alles van die vakantie gecompenseerd.’

Helpt muziek in zo’n geval?
OJH: ‘Dat helpt om je hoofd leeg te maken maar je krijgt er vooral energie van. Ik heb een bandje (Awesome Sumi, nvdr) en voel mij weer veertien. Creëren is tof, zeker als je het samen met vrienden kan doen. Ik ben al heel mijn leven zot van muziek, ik kan er heel veel in kwijt.’

‘Zonder muziek zou het leven een vergissing zijn’, zei Nietzsche. Kan jij je daarin vinden?
OJH: ‘Muziek is voor mij essentieel. Mijn dochter loopt ook de hele tijd te zingen en te improviseren, dat is bijna ingewikkelde jazz. Als ze mij vragen wat ik het ergste zou vinden, blind of doof, dan maar blind, ik moet daar geen seconde over nadenken. Ik kan mij geen leven zonder muziek voorstellen.’

In Winteruur met Wim Helsen citeerde je een songtekst van Spinvis. Vooral de eerste twee zinnen …
OJH: ‘Ik ben al heel erg oud en ik mis mijn vrouw.’

 

Icone citation

‘Ik worstel met de bijna onhaalbare ambitie om in dit korte leven toch op de een of andere manier mijn kakje te leggen’

Je weet het nog!
OJH: ‘Jazeker. Ik heb die tekst gekozen om twee redenen. Ten eerste: ik hou enorm van de Nederlandse taal en van mooie woorden en stijlfiguren, maar wat ik zo schoon vind aan die zinnen is dat ze zo onwaarschijnlijk rechtuit zijn. Ze zijn ontdaan van alle franjes en zeggen gewoon waar het op staat. Daardoor komt dat zo hard binnen. “Ik ben al heel erg oud en ik mis mijn vrouw”, daar zie ik een volledige film bij. Ik zie wie het zegt, wie die vrouw is, hoe de omgeving eruitziet … Heel knap als je dat kan teweegbrengen, dat frappeert mij ongelofelijk. Maar ik koos het ook omwille van de thematiek. Vergankelijkheid is iets wat mij heel erg bezighoudt.’

Is het een schrikbeeld?
OJH: ‘Dat is misschien een groot woord maar het is wel beangstigend. Elke keer als ik erover praat, nu dus ook, krijg ik een krop in mijn keel. De kwetsbaarheid van die man die dat gewoon rechtuit zegt, dat vind ik zo schoon en ontroerend. Aan het einde van de rit komt het daarop neer: “ik ben heel erg oud en ik mis mijn vrouw”. Je kan sussen en betuttelen zoveel je wilt maar uiteindelijk gaat het om eenzaamheid en het besef dat je aan een soort eindpunt bent gekomen.’

Krijg je die krop in je keel ook omdat je denkt: dat wil ik niet voor mezelf?
OJH: ‘Ja. Maar je hebt daar zelf niks in te zeggen. Het staat ons allemaal te wachten. Aan het einde van de rit ben je altijd overgeleverd aan de goden. Je kan nog zo hard je best doen om anders te zijn, om dingen te verwezenlijken en een verschil te maken, op het einde van je leven sta je daar.’

Wil jij een verschil maken?
OJH: ‘Ja, maar ik veronderstel dat veel mensen dat hebben. Die worsteling, die bijna oneerlijke of onhaalbare ambitie om in dat korte leven, dat op zich zo insignificant is, toch op de een of andere manier je kakje te leggen. Je wilt toch die voetnoot zijn. Terwijl uit ons tijdperk waarschijnlijk alleen Hitler zal overblijven, en John Lennon en Mozart, misschien. Maar Otto-Jan Ham niet. Het is geen haalbare ambitie.’

Mensen zijn vaak bang voor de dood omdat ze bang zijn voor het leven, bang om niet ten volle geleefd te hebben. Op dat vlak ben jij goed bezig, toch?
OJH: ‘Natuurlijk. Het is een huizenhoog cliché maar je beseft niet wat je al allemaal doet, je wilt altijd meer. Daar probeer ik me wel bewuster van te worden. Ik ben 38 jaar en als ik denk aan wat ik in mijn leven al allemaal heb kunnen doen, zien, meemaken. Ik kan dat geluk maar beter koesteren. Maar ik moet mezelf er wel aan herinneren.’

Je koppelt tegenwoordig 60-plussers in Hotel Römantiek op VIER. Hoe kom je daarbij?
OJH: ‘Die leeftijdsgroep spreekt mij aan. Waarschijnlijk omdat ik zelf veel bezig ben met ouder worden en hoe dat er bij mij zal uitzien. De premisse van het programma boezemde mij wel wat angst in. Er hangt een verschrikkelijke geur aan het woord “datingprogramma”. Maar ik had veel vertrouwen in de ploeg dus ik wist dat we er iets leuks van gingen maken, niet al te klef en ook geen datingprogramma met 100 % slaaggarantie want dan ga je manipuleren. Ik vind oprechtheid heel belangrijk.’

In Hotel Römantiek kijk je de vergankelijkheid recht in de ogen. Confronterend?
OJH: ‘Soms wel, ja. Maar bij momenten was het ook geruststellend. Je zit in Zwitserland met een bende losgeslagen 60-plussers en eigenlijk was er niet veel verschil met de sfeer die ik ken van de snowboardvakanties met Studio Brussel. Iedereen denkt aan plezier maken en staat vooral heel erg open voor wat er allemaal mogelijk is. Dat was best heftig. Eigenlijk groei je nooit op in de liefde. Verliefdheid maakt ons allemaal weer even zot, je bent onmiddellijk weer 16. Op zo’n moment worden we allemaal weer dieren, met de borst vooruit.’

 

Icone citation

‘Ik heb een broze, huiselijke kant maar ook die verschrikkelijk destructieve, wilde kant. Dat is wie ik ben’

 

Dat is een heel ander oudemensbeeld dan in het lied van Spinvis.
OJH: ‘Absoluut. In Hotel Römantiek zet je de mensen natuurlijk wel in een setting, dus er ontstaat een soort exceptioneel enthousiasme waar je in het dagelijks leven minder mee te maken krijgt. Maar het is inderdaad geruststellend om te zien dat het enthousiasme voor verliefdheid of liefde hetzelfde blijft, dat het vuur brandt. Sommigen zijn daar wat pragmatischer in en missen vooral het gezelschap, maar toch, de vlinders in de buik leven, ook op je 60, 70 of 80ste.’

Heeft dat je beeld van ouder worden veranderd?
OJH: ‘Het is niet dat ik nu ineens zeg: laat maar komen, ik ben er klaar voor. Maar het leven eindigt niet op je 60ste, dat is duidelijk. Het programma toont ook aan dat er een probleem is in onze samenleving. We zetten mensen vanaf een bepaalde leeftijd in een woon- of zorgcentrum terwijl we beter zouden werken met een inclusief systeem. Jeugdhuis, zorgcentrum en crèche die door elkaar lopen, volgens mij wordt iedereen daar beter van. Dat geldt ook voor origines. Hoe meer je die dingen door elkaar gooit, hoe meer je tot een soort modus vivendi komt. Misschien is het utopisch, maar ik geloof dat we ouderen moeten blijven betrekken in de samenleving. We moeten hen activeren, dat verlengt het leven. Het lied van Spinvis is zo schrijnend omdat je niet meer meetelt, omdat anderen beslissingen nemen in jouw plaats en je beter op een stoel kan zitten wachten tot het definitief gedaan is. Dat is het grote doembeeld. Ik hoop zo lang mogelijk actief te blijven.’

Mensen met een wild imago zijn thuis vaak helemaal het tegenovergestelde. Geldt dat ook voor jou?
OJH: ‘Absoluut. Ik hou enorm van structuur en huiselijkheid. Ik ben er niet goed in maar ik kikker er wel van op. Natuurlijk is er ook wel iets van dat imago, ik ben bij momenten heel zelfdestructief en wild. Maar daartegenover staat iemand die heel graag naar de I Love Donderdag-film kijkt op VIJF. Wat ik ook fantastisch vind: op zaterdagochtend in de cafetaria zitten terwijl mijn dochter dansles volgt. Dan zit ik daar tussen andere vaders en moeders mijn boek te lezen en koffie te drinken. Dat soort dufheid, daar kan ik enorm van genieten.’

‘Ik heb een broos kantje dat niemand kent’, zei je ooit.
OJH: ‘Uiteraard.’

Thuis kennen ze dat kantje wel?
OJH: ‘Ja, al weigeren mijn dochters daar veel aandacht aan te besteden of rekening mee te houden. Dat zijn egocentrische wezens, dat moet ik er nog zien uit te kloppen.’ (lacht)

Icone citation

‘Niet meer vechten tegen mijn angststoornis voelt niet als een nederlaag. Ik voel het net als een overwinning dat ik ze omarmd heb’

Is humor jouw manier om dat broze kantje te beschermen?
OJH: ‘Dat helpt, ja. Voor De Ideale Wereld moet ik de actualiteit volgen en dat is de laatste tijd geen pretje. We leven in angstige tijden en humor helpt om het behapbaar te maken en te relativeren, om het te begrijpen ook. Voor mij is het een manier om mijn dag door te komen. Veel volk is ook iets wat mij niet altijd ligt. Mensen zijn soms heel direct in hun benadering. Smalltalk en grapjes helpen mij om door dat soort momenten te geraken. Het is een soort mechanisme om mensen niet dichter te laten komen.’

In Koppen sprak je openlijk over je angststoornis. Mindert die angst met ouder worden?
OJH: ‘Het zal altijd een deel van mij blijven. Het steekt bijna dagelijks wel even de kop op maar ik kan het elke keer weer vrij gemakkelijk counteren. Ik accepteer het, het hoort bij mij. Een van de zegeningen van ouder worden is dat je je gemakkelijker bij dingen neerlegt, toch zeker in dit geval. Ik heb lang gezegd: “Niet met mij! Ik ga daar tegen vechten!” Dat doe ik niet meer. Dat voelt niet als een nederlaag, integendeel, ik voel het als een overwinning dat ik het omarmd heb.’

Hoe ben je zo ver geraakt?
OJH: ‘Tijd en boterhammen. Het is niet dat je op een dag opstaat en zegt: ik aanvaard het. Ik heb lang gesprekstherapie gevolgd en ik had altijd het gevoel: ooit ga ik daarmee stoppen, ik ga die mens een hand kunnen geven en alles zal voorbij zijn. Ik heb lang in de veronderstelling geleefd dat het een fase was waar ik door moest. Nu begrijp ik dat het een proces is dat waarschijnlijk nooit zal stoppen en dat gesprekstherapie iets is wat je kan doen als je de behoefte voelt.’

Je woont al meer dan 36 jaar in België en toch zeg je: ‘Als ik over de grens rij en in Nederland arriveer, voel ik mij vrijer en geborgen: alsof er een warm dekentje over mij neerdwarrelt.’ Wat heeft Nederland dat wij niet hebben?
OJH: ‘Ik weet het, dat slaat nergens op. Het is een gevoelsding. Ik merk dat bijvoorbeeld in taal. Met mijn ouders, broer en zus praat ik met een Nederlandse tongval. Op het moment dat mijn eerste kind eruit is gefloept, ben ik ook tegen haar Nederlands beginnen praten. Dat doe ik ook tegen de hond, of als ik heel boos of verdrietig ben. Ik kan niet anders. Dan komt die retroflexe “r” ineens piepen.’

Die duikt op bij de mensen waar je het dichtst bij staat, als alle maskers wegvallen?
OJH: ‘Inderdaad. Als alle maskers afvallen, dan komt de kaaskop naar boven.’ (lacht)

Je hebt intussen twee dochters. Het leukste aan vader zijn vind je de duffe cafetariamomenten, maar wat vind je het moeilijkst?
OJH: ‘Ik maak mij 25 uur per dag zorgen. Het is alsof je leven niet meer vrijblijvend is. Ik snak soms naar dat gevoel van geen kinderen te hebben. Uiteraard ga ik voor hen door het vuur, maar je vrijheid is echt wel weg en daarmee bedoel ik niet de vrijheid in je agenda maar je geestelijke vrijheid. Het enige wat je nog hebt is de illusie van vrijheid die je af en toe stiekem in je hoofd zijn gang laat gaan, maar voor de rest kan je je schouders niet meer ophalen. Als ik het nieuws zie, kan ik niet zeggen: “ach ja”. Want après nous le déluge, na mij komen mijn dochters en die gaan zich misschien ook nog voortplanten. Dat vind ik loodzwaar. Ik pieker heel veel.’

Is dat de reden waarom je gestopt bent met Facebook en Twitter?
OJH: ‘Ja. Ik merk dat ik maar één minuut nodig heb op Twitter om me heel ellendig te voelen. Dan zie je wat voor boze, lelijke mensen er bestaan. En die verschrikkelijke drang om grappig of relevant te zijn! Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daar boven sta maar dat is niet zo, je moet al heel sterk in je schoenen staan.’

In welke mate censureer jij jezelf sinds je kinderen hebt?
OJH: ‘Ik wil mezelf nooit censureren. Ik ben graag brutaal en ik vloek graag. Het eerste wat je doet als je je wilt integreren is toch de scheldwoorden overnemen van andere culturen? Je moet brutaal zijn om mensen uit hun kot te lokken. Dat maakt het leven gemakkelijker. Uiteindelijk is het slaan en zalven en ik weet dat ik een heel lieve jongen ben. Ik ken ook weinig tot geen schaamte. Of toch, ik ken veel schaamte maar dat heeft dan met mezelf te maken. In De Ideale Wereld kijk ik tijdens filmpjes vaak gegeneerd weg omdat ik het niet kan zien, ik voel ongemakkelijke dingen heel sterk aan. Maar als het gaat over mijn imago ken ik geen schaamte, dat kalf is al heel lang verdronken. Ik veronderstel dat er veel verhalen over mij de ronde doen en er zal altijd wel een groot stuk waarheid aan kleven, maar ik voel niet de behoefte om daartegen in het verweer te gaan. Zoals ik al zei heb ik een broze, huiselijke kant maar ook die verschrikkelijk destructieve, wilde kant. Dat is wie ik ben.’

Van alles wat je al gedaan hebt, wat is voor jou het hoogtepunt?
OJH: ‘De uitzending van De Ideale Wereld die we gemaakt hebben na de aanslagen op 22 maart. Die sfeer was zo bijzonder. Het was een soort van catharsis. Ik besef heel goed dat alles wat ik doe er eigenlijk in zijn baldadigheid niet toe doet, maar op zo’n moment kan je toch een klein beetje het verschil maken. Marc Didden was onze gast en hij zei achteraf dat het hem deugd had gedaan. Dan denk ik: als één iemand dat voelt, zal het dat gigantische budget wel waard zijn. (lacht) Dat had ik ook met het praten over mijn angsten in de Koppen-reportage. Ik heb lang getwijfeld, maar als ik zie dat mensen mij daar tot op de dag van vandaag over aanspreken en mij daar gek genoeg voor bedanken, dan weet ik dat het toch enige zin heeft gehad. Dan zit er toch nog iets van waarde in die schreeuwerige Hollander.’

Je hebt al wat kakjes nagelaten, Otto-Jan.
OJH: ‘Het zijn kleine keuteltjes die niet vanuit de ruimte waarneembaar zullen zijn. (lacht) Het is heel dubbel allemaal. Ik doe niks anders dan mezelf neerhalen en relativeren, maar ik meen wel alles wat ik doe. Mijn enthousiasme en mijn idealisme zijn oprecht. Ik zou niet anders kunnen.’