Als het van Céline Alvarez afhangt mag het onderwijssysteem op de schop. ‘Het laat elk jaar zoveel menselijk talent verloren gaan.’ Haar boek waarin ze – tegen de alarmerende cijfers over schooluitval in – aantoont hoe je álle kinderen meekrijgt, ging in Frankrijk al meer dan 200 000 keer over de toonbank. Psychologies ontmoette haar.
Tekst Sigyn Elst – Foto Shutterstock
Als tiener stapte ik al naar de directie en zei: “Nu moet de school het echt anders gaan aanpakken, want jullie zijn ons allemaal aan het verliezen – Céline Alvarez
‘Wat leuk’, zegt Céline Alvarez als ik me voorstel als journalist van dit blad. ‘Van jullie Franse zusterblad heb ik voor mijn boek de Prix Psychologies-Fnac ontvangen.’ Céline Alvarez werd vanuit het niets een hit in Frankrijk, met al meer dan 200 000 verkochte boeken op de teller. Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling, De natuurwetten van het kind, is ze op bezoek in Brussel. Daags voor ons gesprek gaf ze er een lezing die op twee dagen volgeboekt was. ‘Er zaten 1 500 mensen in de zaal en er stonden er 1 300 op de wachtlijst. Allemaal mensen die in het onderwijs werken of ermee te maken hebben. Hun enthousiasme voor mijn verhaal is prachtig maar tegelijk ook wat vreemd’, zegt ze. ‘Ik verzin namelijk niets nieuws, ik voer eindelijk uit wat grote pedagogen zoals bijvoorbeeld Maria Montessori al gezegd hebben. Ik valideer waar zij voor staan, de mensen die vaak het etiket alternatief krijgen omdat ze een ander soort pedagogie voorstaan dan die van het klassieke onderwijssysteem.’ Maar net deze vormen van onderwijs zouden de norm moeten zijn, vindt Alvarez.
De Française met Spaanse roots groeide als jong meisje op in een eenvoudig gezin in een kansarme en bij momenten zelfs gewelddadige voorstad van Parijs. Het was een buurt waarover oud-president Nicolas Sarkozy jaren later zou zeggen dat hij er graag eens met de hogedrukreiniger wilde doorgaan. Zelf was ze een goede leerling op school maar haar klasgenootjes zag ze een na een afhaken. ‘Toen werd ik al boos over hoe ons systeem jaar na jaar het licht in de ogen van heel wat medescholieren doofde en hun unieke talenten fnuikte’, zegt ze. ‘Mijn klasgenoten waren stuk voor stuk levenslustige kinderen. Na verloop van tijd zag ik hun eigenheid afvlakken, alsof hun unieke kleurenpalet vervaagde. Ze normaliseerden zich en werden daardoor in mijn ogen minder authentiek, minder interessant. Hoe dat kwam? De school liet ons niet toe om verbonden te blijven met onze unieke persoonlijkheid en kleur. We werden niet gestimuleerd om onze individuele passies ten volle te ontwikkelen want er was van alles dat de school ons voorstelde en dat eerst moest gebeuren. In het milieu waarin ik mij bevond zag je heel duidelijk de ene na de andere afhaken. Ze stopten met school, moesten blijven zitten of geraakten gedemotiveerd. Mijn levenslustige klasgenoten zoals ik ze had leren kennen in de basisschool vervreemdden niet alleen van de school maar ook van zichzelf en van de maatschappij. Ze hadden te vaak gehoord dat ze het niet konden of te weinig moeite deden. Zo verloren ze het vertrouwen in zichzelf. Een groot onrecht was hiermee geschied, want al die mooie persoonlijkheden gingen verloren voor de samenleving.’
Kinderen hebben natuurlijke hefbomen
Wat Alvarez toen al aanvoelde, werd later bevestigd door onderwijsrapporten: ieder jaar stroomt 40 procent van de Franse kinderen zonder voldoende basiskennis door naar het middelbare onderwijs. ‘Dit cijfer maakt duidelijk dat het Franse schoolsysteem geen rekening houdt met de natuurlijke mechanismen van het menselijk leren. Ons onderwijs steunt hoofdzakelijk op tradities, intuïties en waarden, maar niet – of weinig – op de kennis van het leren’, legt Alvarez uit. ‘Het negeert de grote principes van ontplooiing. Zolang wij onze kinderen een schoolsysteem opleggen dat geen rekening houdt met de natuurlijke hefbomen in hun geest, brengen wij hen in situaties die problematisch zijn. Vanaf de kleuterschool leggen we hen onze eigen wensen op en gaan dan evalueren hoe zij in staat zijn om daarop te reageren. Ook leerkrachten blijven in moeilijke omstandigheden werken: zij moeten voortdurend trekken aan gedemotiveerde kinderen en raken uiteindelijk zelf opgebrand.’
Annick, mama van Marcus, maakte dit mee toen haar zoontje in het eerste leerjaar meer moeite had met lezen dan zijn klasgenootjes. ‘De kleuterklas had Marcus in een zogenoemde alternatieve school gedaan waar veel aandacht was voor de persoonlijke groei van kinderen. Voor de lagere school dachten we dat het beter was om hem naar het klassieke onderwijs te sturen, omdat hij zo het best gewapend zou zijn voor later. Het eerste leerjaar liep Marcus vast op de stress van het AVI-leessysteem en het lezen tegen de klok. De juf was heel lief maar ook heel jong, het was nog maar haar tweede klasje sinds ze afgestudeerd was. Ze had weinig ervaring en durfde niet afwijken van het programma. Marcus was ongelukkig, de juf wist zich geen raad en ook wij voelden het aan als een soort van ‘falen’. In het tweede studiejaar hebben we voor Marcus weer voor een school gekozen waar kinderen zich meer volgens hun eigen ritme mogen ontplooien en waar geen punten, laat staan chronometers worden gehanteerd. Hij heeft er wat langer over gedaan dan het gemiddelde schoolkind maar herwon zelfvertrouwen. Met het lezen is alles goed gekomen.’
Een experiment dat veel vertelt
‘Het klopt dat wij onze kinderen een van de meest ongelijke schoolsystemen ter wereld opleggen, waar zich al snel niveauverschillen tussen kinderen manifesteren’, zegt Alvarez. ‘Kinderen die uitgeblust geraken komen in moeilijkheden en worden in sommige gevallen zelfs agressief’, legt Alvarez uit. ‘Toen ik in het voorlaatste jaar van het lyceum zat, ben ik een keer naar het bureau van de directie gestapt en heb daar gezegd: “Nu moet de school het echt anders gaan aanpakken, want jullie zijn ons allemaal aan het verliezen.” Ik zei hen dat we dingen nodig hadden die ons verbonden met de wereld en dat ze te weinig ambitieus waren met ons. Want wij hadden wel degelijk ambitie, hé.’
De kiem voor Alvarez’ latere werk was gelegd. Ze ging neurowetenschappen en linguïstiek studeren, maar het idee om iets te willen veranderen aan het schoolsysteem bleef haar achtervolgen. Ze studeerde bij om les te kunnen geven en regelde een onderwijsbudget voor een experiment in een kleuterschool. Eerst dacht ze aan Haïti en Mozambique. Toen ze de cijfers over demotivatie en schooluitval bij Franse kinderen onder ogen kreeg, wist ze dat ze even goed haar punt kon maken in eigen land. ‘De Franse scholen zijn er zogezegd voor iedereen, maar blijken nog steeds niet in staat om ook de minder bevoorrechten te laten slagen. Ik werd teruggekatapulteerd naar mijn eigen schooltijd. Ik voelde me triest om de verspilling van zoveel menselijk potentieel.’
Alvarez kreeg de steun van de minister van Onderwijs en mocht gedurende drie jaar samen met een assistente een klasje leiden in de kleuterschool van Gennevilliers, een gelijkekansenschool. De resultaten waren verbluffend. Na het tweede jaar konden alle goede kleuters en 90 procent van de gemiddelde leerlingen lezen en rekenen. Ook hun morele en sociale kwaliteiten gingen er enorm op vooruit.
‘Gennevilliers was geen pedagogische daad, wel een politiek statement’, zegt ze fel. ‘De resultaten waren echt miraculeus, zelfs in klasjes met kansarmen.’
Steun in wat je écht graag doet
Ondertussen heeft ze de aandacht en interesse van onderwijsmensen en pedagogen van overal ter wereld. Alvarez blijft beweren dat de oplossingen ontzettend eenvoudig zijn. Het onderwijs zou meer de natuurwetten van het kind moeten respecteren, zoals zij het noemt. Het komt er op neer de manier te respecteren waarop een mens zich wil ontplooien en enkel te interfereren op een positieve manier, en niet juist de ontwikkeling in de weg te staan. Let wel, het doel is daarbij niet om alle kinderen uiteindelijk op de banken van een universiteit te doen belanden. ‘Het doel is niet het streven naar die ene optie, het werkelijke doel is dat we mensen worden die een bewuste keuze maken’, zegt Alvarez. ‘Mensen die zelf kunnen kiezen wat ze écht graag doen, en daarin optimaal gesteund worden.’
Om kinderen zelf in vrijheid en autonomie te laten ontdekken wat ze willen, dient de klasomgeving – vanaf de kleuterklas – aangepast te worden. ‘Geef kinderen meer autonomie in de klas, respecteer de persoonlijke noden en interesses van het kind, vermijd stress en creëer een warme, sympathieke en ondersteunende omgeving die enkel het leren en het ontwikkelen van de menselijke intelligentie voor ogen heeft. Daarom is het ook heel belangrijk om de leeftijden in de klas te mixen zodat kinderen van elkaar kunnen leren en meer sociale en morele vaardigheden ontwikkelen. Al in de kleuterschool halen we kinderen uit elkaar op basis van geboortejaar, alsof we voorwerpen zouden klasseren op basis van het bouwjaar. Zo ontnemen we hen een gevarieerd sociaal leven, waarin iedereen profiteert van een positieve en opbouwende rivaliteit doordat jongere en oudere kinderen in eenzelfde groep zitten. Welke plaats krijgt samenhorigheid als kinderen volgens leeftijd ingedeeld worden en veel gemakkelijker gaan vergelijken en wedijveren? We scheppen zo enkel een klimaat dat bijdraagt tot een groter onbegrip en meer individualisme.’
‘Ja, het klopt dat je dingen herkent uit de pedagogie van Montessori, Freinet en Rudolf Steiner’, zegt Alvarez op het einde van ons gesprek. ‘Belangrijk is wel dat ik aangeef om niet een van die methodes te volgen, maar er overal juist het beste uit te pikken wat werkt voor een kind. Ik wil ook niet dat je over mijn ideeën spreekt als over een methode, want er bestaat niet zoiets al een ultieme methode. De enige methode die werkt is die van het kind.”
Meer lezen: De natuurwetten van het kind. Een revolutionaire visie op opvoeding, Céline Alvarez (Horizon, 2017). https://www.celinealvarez.org