70 jaar geleden lagen ouders zelden wakker van hun kroost. Nu worden ze verlamd door de vraag of hun kind wel gelukkig is. Met die tegenstelling spelen Dorine Hermans en Els Rozenbroek in hun hilarische opvoedboek Geef dat kind een slok jenever. Moeten we terug naar de tijd dat balorige weglopertjes aan een boom werden gebonden, en slechte slapertjes ’s nachts met bedje en al in het kolenhok werden gezet? Niet echt, maar een dosis ouderwets boerenverstand zou beide generaties veel deugd doen, zeggen de schrijfsters.
Tekst: Anne Adé – Foto: Shutterstock
‘Ouders gedragen zich als de gastheer van een feestje waarop hun kind is uitgenodigd. Maar het leven is geen feest, het is echt niet perfect’
Over het opvoeden van kinderen heeft letterlijk iedereen een mening. Kersverse ouders kunnen ervan meespreken. Gevraagd én ongevraagd advies vliegt hen langs alle kanten om de oren. Altijd goedbedoeld, al spreken de gratis aangereikte tips en tricks elkaar vaak tegen. Laat die huilbaby toch brullen tot hij van uitputting inslaapt, zegt de ene. Onmiddellijk oppakken en troosten, adviseert de andere.
Geen wonder dat ouders steeds meer in de war geraken, zeggen historica Dorine Hermans (58) en columniste Els Rozenbroek (60). In hun nieuwe boek Geef dat kind een slok jenever pleiten ze voor meer relativering en minder perfectionisme. ‘Ouders worden steeds onzekerder, dat blijkt uit onderzoek in Nederland dat ongetwijfeld even relevant is voor België. Ze gaan te veel uit van de wensen van hun kind, en staan dan verbaasd dat het totaal onhandelbaar wordt. Dan zoeken ze hun toevlucht bij deskundigen die hen met allerlei tegenstrijdige adviezen bombarderen. Geen wonder, want er wordt zoveel psychologisch en biologisch onderzoek gedaan naar baby’s, kinderen en opvoeden dat je er als leek niet meer wijs uit raakt. Op die manier hebben ouders er niets aan, en kinderen al zeker niet.’
Als de ‘vrolijke opvoedtantes Els en Do’ staan Rozenbroek en Hermans al enkele jaren de lezers van het Nederlandse blad Kek Mama bij in een opvoedkundige vragenrubriek. Geregeld wordt daarbij mevrouw Hupperts opgevoerd. ‘Zij is geïnspireerd op een 92-jarige buurvrouw die ons met trucjes uit de oude doos overstelpte’, zegt Dorine Hermans. ‘Zo kwamen we trouwens aan het idee voor de titel. Een slok jenever, dat kregen wij als baby in onze flesjes als we last hadden van doorbrekende melktandjes. Vandaag zouden we meteen de jeugdbescherming bellen als we zoiets zien gebeuren. ‘Bind dat kind aan een boom, komt uit dezelfde bron. Je dacht toch niet dat moeders met zeven koters aan hun rokken de tijd vonden om voortdurend achter een weglopertje te lopen?’
Er leeft enige nostalgie naar oma’s opvoedingsmethodes. Kinderen wisten toen nog wat beleefdheid was…
Dorine Hermans: ‘Ik dacht dat die verzuchting typisch Nederlands was. Nederlandse kinderen herken je in het buitenland meteen aan de grote bek die ze opzetten als ze hun zin niet krijgen. Vreselijk vind ik dat. Ik sta erop dat mijn kinderen dank u wel zeggen in de winkel of op restaurant. Dankjewel is nog te grof! Naar ons gevoel worden kinderen in België veel strenger en beleefder opgevoed. We dachten dus dat jullie wisten hoe het moest, vandaar onze verbazing over de belangstelling in België voor ons boek.’
Jullie zeggen in het boek dat de hele opvoedverwarring de schuld is van de pil.
DH: ‘De pil is dé grote scheidingslijn die door onze tijd loopt. Je hebt miljarden jaren voor, en 50 jaar na de pil. Anticonceptie heeft een totaal andere manier van opvoeden opgeleverd. Vroeger plantten mensen zich onbekommerd voort. Elk jaar kwam er een kind, er werd niets gepland en de grootste zorg was dat elk mondje gevoed moest worden. Geen ouder die zich afvroeg of het kind gelukkig was, die vraag bestond niet. Sinds de pil er is, kan je vermijden om kinderen te hebben. Maar als je kinderen wil, is dat nu een heel bewuste keuze, en dat is best eng. Je zet een project op de wereld dat normaal gezien toch zo’n tachtig jaar meegaat. Daar begin je niet onbezonnen aan, is de achterliggende gedachte. Vergelijk het met een architect die een gebouw ontwerpt: die moet ook beseffen dat zijn ontwerp voor minstens vijftig jaar bedoeld is.’
Maar heeft die pil niet net voor de bevrijding van vrouwen (en mannen) gezorgd?
DH: ‘Om het met Johan Cruyff te zeggen: “Elk voordeel heeft z’n nadeel.” (lacht) De pil heeft de emancipatie van vrouwen in de hand gewerkt en vrouwen baas gemaakt over hun eigen lijf. Maar dat legde tegelijkertijd een enorme druk op die vrouwen. Je kan haast niet meer ‘gewoon thuisblijven’, zelfs niet als je dat zou willen. Je moet meedraaien in het tweeverdienerssysteem. En vrouwen die wel buitenshuis werken, voelen zich dan weer vaak schuldig omdat ze te weinig tijd hebben voor de kinderen. Heel verwarrend allemaal, ik heb zelf met die schuldgevoelens geworsteld. Nergens voor nodig, weet ik ondertussen. In de jaren 50 waren moeders de hele tijd stoffen luiers aan het wassen. Die hadden dus nog minder tijd voor de kinderen. Hun kroost entertainen? Ze hadden de handen vol met het verzorgen van hun man, “het hoofd van de echtvereniging”, zoals dat in Nederland toen zo mooi heette. (lacht) Weet je dat mijn moeder zelfs nog geen eigen bankrekening mocht openen? Er is zo onwaarschijnlijk veel veranderd in korte tijd. Begrijpelijk dat we met z’n allen een beetje de kluts kwijt zijn.’
Hoe zat het bij jullie thuis? Hoe zijn jullie zelf opgevoed?
DH: ‘Wij zijn een overgangsgeneratie. We hoorden de verhalen uit oma’s goede oude tijd, maar onze eigen ouders zetten zich daartegen af, zonder door te schieten naar het pamperen van hun kinderen. Mijn moeder kon niet koken en ze liet het huis verslonzen. Maar ze zorgde wel voor warmte en gezelligheid, en dankzij haar hadden we een zalige en onbezorgde jeugd.’
Wat is de gekste vraag die jullie al kregen?
DH: ‘Het meest verbaasd waren we door de reactie op een van de adviezen die we in Kek Mama gaven. Het begon met een vrij banale vraag: een moeder die wanhopig werd van haar kleuter die om alles huilde en jengelde. Laten gebeuren, was ons advies, en af en toe checken of er niks ergs aan de hand is. “En gaat u ondertussen met uw man lekker netflixen, of lees een goed boek.” Misschien wat moeilijk als de kleine loeit als een scheepstoeter, maar dat zal wel vanzelf minderen. “Doe het voor uw kind, u zou een rivier vol krokodillen overzwemmen om hem te redden als het moest. Wel, dan moet dit ook lukken.” Jezus, wat een reacties kregen we hierop, zeg! Een vrouw postte zelfs: “Als ik dit antwoord lees, moet ik zelf huilen.” Nou, we kwamen niet meer bij! Daaraan zie je maar hoe snel je tere kanten raakt als het over opvoeden gaat. Iedereen heeft commentaar en er komen altijd veel emoties aan te pas.’
Heb je zelf ervaring met huilbaby’s?
DH: ‘Nee, daar ben ik aan ontsnapt. Ik dacht stiekem dat het aan de ouders lag, maar daar ben ik van teruggekomen toen ik een keer op de huilbaby van een vriendin ging passen. Zingen, wiegen, niks hielp. Om knettergek van te worden. Mevrouw Hupperts had er wel raad mee geweten, die zette zo’n baby enkele weken elke nacht met z’n wiegje in het kolenhok. Dat zou ik niemand aanraden, maar iets meer doortastendheid kan geen kwaad. Van een nachtje door huilen is nog geen enkele baby bezweken. Ik ken een vrouw van 23 die als baby zo tekeerging dat haar ouders van pure ellende gescheiden zijn toen ze anderhalf was. Als zij mocht kiezen, dan had ze liever een paar nachtjes in de garage geslapen.’
Hoe staan tante Do en tante Els tegenover tv en internet?
DH: ‘Goh, het is met computers nu zoals het vroeger met tv was. Toen de eerste tv-uitzendingen begonnen, mochten we helemaal niet naar tv kijken, want “het is slecht voor je ogen, je krijgt er vierkante ogen van”. Later mocht het af en toe toch, bij de buren, die als eersten in de straat een toestel hadden. Mijn broer mocht naar Bonanza kijken, maar ik niet, want dat was te gewelddadig voor een meisje! Zo’n zoete serie! Ik was toen tien, daar kan je nu niet eens meer mee aankomen bij kinderen van vier. (lacht)
In het begin werd er op dezelfde negatieve manier over computers en internet gepraat. Terwijl er veel positiefs is aan gamen, bijvoorbeeld. Mijn zoon kan heel goed gamen, en ik vind het echt wel knap wat hij allemaal kan. Maar het gaat om de dosis, natuurlijk. Als ouder moet je de tijd in de gaten houden, en ze bijvoorbeeld niet langer dan één uur na elkaar aan de computer laten zitten.’
Jullie boek is een lang pleidooi voor pedagogische realiteitszin. Hoezo?
DH: ‘Onze hoop is ouders minder angstig te maken, ook in het belang van hun kinderen. Wij pleiten voor meer zelfvertrouwen. Al miljarden jaren worden kinderen opgevoed zonder deskundig advies: mensen zijn gewoon genetisch voorzien van alle kennis die ze nodig hebben om kinderen aangepast aan de levensomstandigheden van dat moment groot te brengen. Helaas beseffen we dat niet meer. Ouders gedragen zich als de gastheer van een feestje waarop hun kind is uitgenodigd. Maar het leven is geen feest, het is echt niet perfect. Het is super interessant, dat wel, en het heeft zeker leuke kanten. Maar in ieders leven gebeuren er ook rare en nare dingen, waar je geen vat op hebt. Je kinderen daarop voorbereiden en er leren mee dealen, is het beste wat je voor hen kan doen.’
Meer lezen
Geef dat kind een slok jenever. 70 jaar geleden sliepen ouders vredig & ongestoord, Dorine Hermans & Els Rozenbroek (Spectrum, 20